NO-RISK-TREE

HET PLAN VOOR HET PLANTEN VAN BOMEN MET GARANTIE, DUS ZONDER ZORGEN

Algemeen

Bomen vormen het meest duurzame onderdeel van de groene buitenruimte. Er kan pas van een  succesvolle aanplant worden gesproken als na een aantal groei-jaren is gebleken dat inderdaad het gewenste beeld gaat ontstaan. Op de kwekerij wordt veel tijd en energie gestoken in het opkweken van mooie waardevolle bomen. Vervolgens vragen bomen forse investering van de klant, zowel in de aankoop als in het planten en verzorgen daarna.

Helaas is er nog steeds te vaak sprake van veel uitval bij het aanplanten van bomen. Dat is feitelijk in alle gevallen ongewenst, maar zeker bij grote maten, grote aantallen of moeilijke soorten een risico wat vermeden dient te worden. En uit de praktijk is gebleken dat het grootste deel van de uitval vermeden kan worden. Op basis van de praktijk is daarom de NO-RISK-TREE als plan ontwikkeld. Dit is een plan op basis van de volgende uitgangspunten:

  • Bomen leveren en planten gericht op een eindbeeld
  • Focus op 100% slagen bij de eerste aanplant
  • Aanplant en meerjarige verzorging in een hand
  • Garantie op uitval gedurende de verzorgingsperiode
  • Geen risico’s en minimale zorgen voor de klant

DE PROCESSEN

Stapsgewijs worden bij NO-RISK-TREE de volgende onderdelen van het plant- verzorgingsproces beheerst:

 

Voorbereidingsfase

  1. Beoordeling en advisering over de soortkeuze in relatie tot de omgeving
  2. Advisering over soort, maat, plantplaatscondities
  3. Offerte en contract

Aanplantfase

  1. Selectie van de bomen op de kwekerij
  2. Inrichting en voorbehandeling van de plantplaats
  3. Transport naar de plantplaats
  4. Planten van de boom en aanbrengen van voorzieningen
  5. Afwerking van de plantplaats

Nazorgfase

  1. Watergeven en bemesting
  2. Snoeiwerk en overige handelingen
  3. Controle en schouw i.s.m. de klant
  4. Inboet en oplevering

VOORBEREIDINGSFASE

 

Stap 1: Beoordeling en advisering over de soortkeuze in relatie tot de omgeving

Als eerste stap wordt samen met de klant beoordeeld of de keuze voor de boomsoort passend is bij de omgeving en de omstandigheden van de plantplaats. Hierbij komen zaken aan de orde als bodem, grondwater, omringende infrastructuur etc. Dit leidt tot een advies over mogelijk toe te passen boomsoorten.

 Stap 2: Advisering over soort, maat, plantplaatscondities

De klant heeft veelal een beeld van wat bereikt dient te worden met de aanplant van bomen. Om te komen tot een haalbare situatie wordt bezien of de soortkeuze  kan leiden tot het gewenst beeld en welke maatvoering en uitvoering (wel/geen kluit) van de boom hier het beste bij past en welke maatregelen nodig zijn voor de plantplaats. Plantplaatsverbetering is veelal een noodzakelijke maatregel. Het verdient de voorkeur om zo veel mogelijk de oorspronkelijke bodem als uitgangspunt te nemen, aanvullende materialen, zoals bomenzand, hebben zeker mogelijkheden maar ook de nodige nadelen.

Het is ook mogelijk om te werken met door derden verbeterde plantplaatsen, maar in dat geval dient er wel een controle voorafgaand aan het planten plaats te vinden. Voor specifiek situaties worden bijzondere voorzieningen aanbevolen, zoals het water-shell-systeem voor bomen in verharding of beschermende maatregelen bij parkeerplaatsen. Het water-shell-systeem is een voorbeeld van een innovatieve constructie voor het ontlasten van de plantplaats van de druk van verhardingen en gebruik hier van.

Stap 3: Offerte en contract

Op basis van de wensen van de klant en de in voorgaande stappen verzamelde informatie wordt een gespecificeerde offerte uitgebracht. Hierbij worden afspraken vastgelegd over hetgeen in de volgende stappen wordt beschreven. Bij de offerte behoort een contract met garantieverklaring.

 

 

DSC_00330154

AANPLANTFASE

 

Stap 4: Selectie van de bomen op de kwekerij

Alle bomen in een NO-RISK-TREE traject worden zorgvuldig geselecteerd op de kwekerij.

De geselecteerde bomen dienen altijd te voldoen aan de uitgangspunten die noodzakelijk zijn om te komen tot het gewenste eindbeeld. Hierbij wordt nadrukkelijk gekeken naar de wijze waarop de bomen zijn bekweekt (snoei, kluitbewerking etc.). Ook dient de herkomst van het uitgangsmateriaal en de conditie van de kwekerij te passen bij de plantplaats.

Desgewenst kan de klant zelf worden betrokken bij het selectie proces in de vorm van uittekenen en genummerd labelen.

Stap 5: Inrichting en voorbehandeling van de plantplaats

Bij de inrichting van de plantplaats kunnen, afhankelijk van de omstandigheden, een groot aantal aspecten aan de orde zijn. In elk geval komen aan de orde:

  • Kabels en leidingen
  • Opschonen en verhardingen
  • Verbetering van de bodemstructuur middels spitwerk, uitwisseling van grond etc., zo nodig met toepassing van bomengrond, voeding etc.
  • De plantplaats dient qua omvang en vorm te voldoen aan minimum eisen
  • Aanbrengen specifieke constructies
  • In een aantal gevallen wordt het gebruik van Mycorrhiza geadviseerd

 

Stap 6: Transport naar de plantplaats

Voor de NO-RISK-TREE wordt bijzondere aandacht besteedt aan het op de juiste wijze vervoeren van de bomen. Er dient zorgvuldig gehandeld te worden vanaf het moment van rooien op de kwekerij tot het planten. Dat betekend de juiste wijze van behandeling op de kwekerij en correcte afdekking tijdens vervoer. In beginsel wordt altijd vanaf het vervoermiddel direct geplant, en anders zeker binnen een dag na de aankomst bij de plantplaats. Ook dan is afdoende beschermen tegen uitdrogen noodzakelijk. Dit onderdeel van het proces kan, bij een goede uitvoering, veelproblemen voorkomen.

 

Stap 7: Planten van de boom en aanbrengen van voorzieningen

Een juiste wijze van planten lijkt heel vanzelfsprekend, maar is veel meer als het eenvoudig  in de grond plaatsen van een boom. Specifieke aandachtpunten zijn:

  • Juiste wijze van ontgraven van het al of niet voorbehandelde plantgat
  • Aandacht voor risico op bastbeschadiging bij opnemen en hijsen
  • Toepassing van de juiste (hijs-)middelen
  • De juiste plantdiepte, uitgangspunt is de diepte vanaf de kwekerij, te diep planten levert veel uitval op
  • Het aanbrengen van een beluchtings en/of watergeefdrain, met name bij bomen in verharding
  • De boom wordt vastgezet middels verankering bij kluitbomen. Verankering bestaat uit een solide palen constructie en/of boomband-materiaal. Er kan ook gewerkt worden met boompalen, in elk geval bij bomen met kale wortel. Boompalen worden qua aantal en maat aangepast op de boommaat en de standplaats. Er wordt gewerkt met onbehandeld hout.
  • Voor het planten wordt zo nodig snoei toegepast, gericht op het evenwicht tussen de habitus en het wortelpakket en licht en lucht in de kroon. Ook worden eventuele lichte beschadigingen verwijderd
  • Verdichting van de grond rond de boom bij het aanvullen

 

Stap 8: Afwerking van de plantplaats

De afwerking van de plantplaats is afhankelijk van de situering van de boom. Bij bomen in verharding wordt er een situatie te worden gecreëerd die zo veel mogelijk voldoende lucht toelaat tot de beworteling. Hiervoor kunnen specifieke materialen worden gebruikt, zoals beluchtingtegels of roosters. Ook de uitlaten van de drains worden hierin opgenomen.

Bomen in groenvoorzieningen of gras worden met een boomspiegel afgewerkt, bij voorkeur komvormig. Dit is dan tevens geschikt is om voldoende water op te vangen voor het watergeven. Ook kan een gietkrans van kunststof geplaatst worden. Voor bomen op parkeerplaatsen worden beschermende voorzieningen geadviseerd, zodat de veel voorkomende aanrijdschade wordt voorkomen. Bij risico op beschadiging door vandalisme wordt een beschermende voorziening rond de stam geadviseerd. Ook kan de snoei tijdens het plantwerk hier enigszins op worden aangepast.

NAZORGFASE

 

Stap 9: Watergeven en bemesting

Het watergeven is cruciaal voor het aanslaan van de bomen in de eerste periode na de aanplant. Tegelijk dient te worden voorkomen dat de boom afhankelijk wordt van het watergeven. Enerzijds wordt het voorkomen van afhankelijk voorkomen door de juiste inrichting van de plantplaats en anderzijds door het watergeefregime. Het watergeefregime gaat uit van een intensieve watergift in het eerste jaar na aanplant en een vrij snelle afbouw in de twee opvolgende jaren. Voor de juiste momenten wordt er zorgvuldig ingeschat hoe de weersomstandigheden verlopen en wordt er gewerkt met vochtmetingen. Als uitgangspunt wordt  er als frequentie het volgende gehanteerd:

1e jaar na aanplant intensief watergeven. 12 maal

2e jaar na aanplant redelijk veel watergeven, 8 maal

3e jaar na aanplant watergeven sterk laten afnemen, 4-6 maal.

Indien de omstandigheden, de boomsoort en het moment van planten (late aanplant)daar aanleiding toe geven kan worden gewerkt met een verdampingsremmer die op het blad wordt aangebracht.

Bemesting wordt op basis vaan maatwerk toegepast. Uitgaande van de soort, de maat, de bodem en de feitelijke ontwikkeling van de boom wordt gericht bemest met aangepaste meststoffen. Echter geldt ook hier dat dit vooral gericht is op het aanslaan van de boom, die zich vervolgens zal moeten doorontwikkelen vanuit de groeiplaats. In beginsel wordt er het eerste jaar 2 maal bemest en het tweede jaar 1 maal.

 

Stap 10: Snoeiwerk en overige handelingen

Tijdens het plantproces wordt reeds de eventueel benodigde snoei toegepast. Dat betekend dat er veelal de eerste twee jaar verder geen snoei nodig is. In het derde jaar wordt er nogmaals een snoeironde uitgevoerd. Deze is dan gericht op de begeleiding van de boom naar het eindbeeld van de habitus  en wordt aangepast op de ontwikkeling die inmiddels is opgetreden.

Voor het einde van het derde jaar worden de boompalen verwijderd. Dit om te voorkomen dat de palen te lang blijven staan en schade aan de boom gaan veroorzaken. Desgewenst kunnen palen worden gezaagd als maaischadepaal.

 

Stap 11: Controle en schouw i.s.m. de klant

Vanaf het moment van de voorbereiding tot en met de oplevering vinden er de nodige controles plaats. Hiervan wordt er een logboek bijgehouden. Het eerste deel beteft dus het goede verloop van het aanplantproces. Tijdens de onderhoudsperiode gaat het tenminste om de volgende aspecten:

  • Voorjaar: controle aanslaan en groeiontwikkeling
  • Gedurende het groeizoen: conditie, ziekten en plagen, ontwikkeling en diagnose bij afwijkingen. Ook wordt eventuele schade of vandalisme vastgesteld.

Controles vinden in elk geval plaats bij de bezoeken voor watergeven en ook daarvoor en daarna.

Indien er sprake is van bijzonderheden wordt de klant in kennis gesteld.

Met de klant worden er een tweetal gezamenlijke schouwmomenten per jaar georganiseerd.

In beginsel in mei(aanvang groeiseizoen) en september(beoordeling ontwikkeling). Ook de bevindingen hierbij worden vastgelegd in het logboek.

 

Stap 12: Inboet, garantie en oplevering

Indien er, ondanks alle intensieve zorg, toch bomen doodgaan, wordt er inboet gepleegd. Uitgangspunt is inboeten met bomen op de zelfde grote en zo mogelijk nog uit dezelfde partij als de oorspronkelijke aanplant. De inboet valt gedurende de contractperiode van aanplant en verzorging onder de garantie, tenzij er sprake is van schade buiten invloed en verantwoordelijkheid van NO-RISK-TREE-partner (vandalisme, aanrijding, klimatologische calamiteiten  etc.).

Het gehele proces dient middels  alle stappen in het proces voor de klant te leiden tot een gegarandeerde succesvolle aanplant.

Aan het einde van de contractperiode, veelal 3 jaar na de aanplant, wordt er een oplevering georganiseerd waarbij de boom wordt overgedragen aan de klant. Hiervan wordt een oplevering- en overdrachtsrapport opgesteld.

Uiteraard is ook daarna verzorging van de bomen mogelijk, op basis van nader overeen te komen afspraken.

bomen amersfoort